maandag 6 juni 2011

Voetbal in Suriname moet op de schop


Voetballen op professioneel niveau in Suriname is vooralsnog onmogelijk. Ronny Aloema (foto: links, naast Emilio Limon), keeper van Natio, heeft even mogen ruiken aan betaald voetbal op Trinidad en Tobago, maar keerde al snel terug. De Surinaamse Voetbalbond (SVB) wil de boel dolgraag professionaliseren, maar wijst gebrek aan geld, goede infrastructuur en politieke stabiliteit aan als belemmerende factoren. Een prof league is daardoor heel ver weg.

Stropdas om, colbertje aan, Ronny Aloema (31) wist het zeker: als hij het vliegtuig op Trinidad en Tobago uit zou stappen, stond hem een mooie toekomst te wachten. Henk Doest, die tot dan toe een vage kennis van de keeper was geweest, sprak hem aan na de WK-kwalificatiewedstrijd tegen El Salvador. "Ik kreeg van hem direct de mogelijkheid om twee weken stage te lopen op Trinidad." Doest werd Aloema’s agent, de keeper kreeg de mooiste verhalen te horen, zo vertelt hij. Goed onderdak, eten, voetbal-kleding – alles zou hij bij FC Tobago United krijgen. En dan nog betaald worden om te voetballen ook. Duizend US dollar per maand, met een contract voor één seizoen. Dus, dacht Aloema, kleedde hij zich gepast voor de eerste ontmoeting met het bestuur.

Zeven maanden later zat de keeper, bijgenaamd De Poema vanwege zijn razendsnelle reflexen, alweer in het vliegtuig. Op de weg terug naar een oude liefde: Transvaal in Paramaribo. Het appartement op Tobago had vieze kamers en vieze lakens, eten moest hij zelf maken en omkleden op de club gebeurde buiten. O ja: zijn honorarium kreeg hij slechts één keer volledig uitbetaald. "Er klopte niets van wat mijn agent me had voorgehouden", aldus een teleurgestelde Aloema. "Na twee maanden wist ik al dat ik terug zou gaan."

Dat was 2009. Tien jaar eerder werd Aloema gescout door Roda JC uit Nederland, tijdens een oefenwedstrijd met zijn toenmalige club Leo Victor. Roda zou alles betalen, vanaf het moment dat de doelman voet op Nederlandse bodem zou zetten. Maar de overzeese reis konden hij en zijn ouders niet financieren. Weg droom.

Het is het verhaal van één van Surinames beste voetballers, die buiten de deur probeerde van zijn hobby zijn werk te maken. Want hier is de hoofdklasse het hoogst haalbare, waar voetballers niet meer krijgen dan een onkostenvergoeding. Ze haasten zich drie, vier keer per week van hun werk naar de training, om toch de bal even te kunnen raken. Aloema rijdt, om de kost te verdienen, als taxichauffeur soms wel twee keer op een dag heen en weer naar Albina. Eind januari leverde hem dat een schorsing op: hij redde het twee keer niet op tijd te komen en mocht drie wedstrijden vanaf de bank toekijken.

Beleidsplan
'Geen prof league', staat dikgedrukt onder de zwakke punten in het beleidsplan 2010-2013 van de SVB. Louis Giskus, voorzitter van de bond, hoopt vurig dat die er wel komt. Maar, stelt hij, "we willen geen Trinidad-scenario." Bij gebrek aan sponsors – en dus aan geld – heeft Giskus het over een andere boeg gegooid om op termijn het niveau te verhogen. Kenneth Jaliens, voormalig bondscoach van Natio, behaalde in april in Nederland zijn Trainer/Coach 1-diploma, het op één na hoogst haalbare diploma waarmee je in Europa als assistent-trainer aan de slag kunt. "Hij is deze maand teruggekomen, we gaan samen diverse zaken evalueren", vertelt de bondsvoorzitter. "Als het goed is bevallen, sturen we volgend jaar weer iemand."

Toch ziet Giskus vooral belemmerende factoren voor profvoetbal in Suriname. De economische, politieke en demografische situatie zijn allemaal randvoorwaarden waar iets aan moet veranderen, voordat er überhaupt profvoetbal kan komen. "Suriname is geen rijk land. Er kan geen competitie door het hele land komen met de huidige infrastructuur. Transport is omslachtig en neemt veel tijd in beslag. Daarbij zou het beter zijn geweest als de Surinaamse bevolking groter was. Dan zijn de inkomsten ook hoger."

Dan is er nog de nationaliteitskwestie, waarbij Giskus vurig hoopt op medewerking van De Nationale Assemblee: Surinamers die hun thuisland verlaten, moeten vaak de Surinaamse nationaliteit inleveren in ruil voor die van het land waar ze naartoe gaan. Zodoende kunnen de Suriprofs niet voetballen voor het Surinaamse elftal. Vrijwel overal op de wereld geldt dat, wanneer je affiniteit hebt met het land waar je vandaan komt maar niet verblijft, je die nationaliteit wel kunt krijgen. Bijvoorbeeld als jij, je ouders of grootouders in dat land geboren zijn. Dat terwijl bijvoorbeeld Winston Bogarde en Edgar Davids meermaals hebben aangegeven wel voor Natio te willen spelen.


Iemand die in oplossingen denkt, is Ronald Kolf (71) (foto). Hij geeft al vijf jaar leiding aan Stichting Instituut Sport Opleidingen (SISO), een in alle tien districten aanwezig opleidingsinstituut voor voetbaltrainers. "Nu zijn er, zelfs onder de hoofdklasseploegen, veel trainers zonder de juiste papieren." Wat Kolf betreft geven alleen nog trainers met een A-licentie training aan ploegen uit de hoogste klasse. Kolf leidt trainers in de SISO op met achtereenvolgens een C-, B- en A-diploma, bruikbaar in de tweede, eerste en hoofdklasse. Een door de SVB ondertekende licentie moet de clubs dwingen het hoge niveau te waarborgen, vindt Kolf, die zelf trainer was in de hoofdklasse. Hij behaalde vijftien kampioenschappen met Robinhood en twee met Transvaal.

Aanbiedingen
De SVB zelf mag dan onvoldoende middelen hebben om in het voetbal te kunnen investeren, Clarence Seedorf wil wel helpen. Wilde, in elk geval. In 2008 bood hij drie miljoen euro aan Giskus om te investeren in het voetbal. Vrezend voor zijn positie legde Giskus het aanbod naast zich neer. "Hij wilde de volledige verantwoordelijkheid binnen de SVB, tot 2018. Hoe kunnen wij onze bestuursfunctie nu zomaar uit handen geven? Bovendien kwam er geen projectplan en wisten we dus niet wat ze precies met het geld zouden gaan doen", licht Giskus zijn besluit toe.
Seedorf vroeg om het voorzitterschap van een nieuw te installeren Raad van Commissarissen, waar vanuit hij een adviserende rol zou gaan vervullen. Giskus: "Ik kan me artikel zes uit de voorlopige overeenkomst nog herinneren: de SVB zou onder curatele van ON International (het bedrijf van Seedorfs zaakwaarnemer, red.) komen te staan. Dat wilden wij niet." Daarmee stopten de onderhandelingen en dus kwam er geen geld.

Ook bood de Wereldvoetbalbond FIFA, in september 2010, 95.000 euro aan de SVB. Vijfduizend was er per lidbond beschikbaar, om zo een kwaliteitsinjectie aan de faciliteiten te geven. Mits die bonden aan een aantal voorwaarden voldeden: een projectvoorstel met tekening, een begroting en de naam van de projectuitvoerder moesten er in elk geval komen. Daar kwam niets van, dus investeerde de overkoepelende SVB, dat het geld al op haar rekening had staan, het in het André Kamperveen stadion.

De SVB boekte de afgelopen vier jaar positieve boekresultaten, maar dit geld gebruikt de organisatie voor onderhoud aan velden en gebouwen. "Wij moeten de onderhoudskosten voor de clubs betalen, de honoraria voor de arbiters, ga zo maar door. Dat hebben we vier jaar zonder enige sponsor gedaan." Giskus is sinds 2003 in dienst en pas in 2007 meldde Digicel zich aan als eerste sponsor van de SVB.

Brazilië
Ondertussen loopt het aantal toeschouwers dat op een wedstrijd afkomt terug, zo is te lezen in het meerjarenplan van de SVB. Giskus wijt dat aan de komst van de televisie. "Je hoeft nu de deur niet meer uit om wedstrijden te kijken. Waarom zou je tien srd entree betalen als je ook thuis op de bank kunt zitten, zonder iets te betalen?" Bovendien, stelt Giskus, zijn er behalve in de hoofdklasse geen inkomsten aan de poort.

Weer schiet opleider Kolf te hulp. Hij ziet in de grote groep Brazilianen in Suriname een te weinig aangeboorde inkomstenbron. "Als we meer Braziliaanse ploegen naar Suriname kunnen halen, komen er ook meer Brazilianen op het voetbal af." Kolf verwijst naar de jaren zeventig, toen er zeker twee keer per jaar een ploeg uit de stad Belem overkwam. "Het lost niet alle problemen op, maar er gebeurt wel iets." Iets waar voorzitter Giskus het overigens mee eens is: meer wedstrijden op internationaal niveau spelen. "Het punt is wel dat die ploegen geld vragen om hier te komen."

Om structureel iets te doen aan het niveau van het voetbal, is alleen een A-diploma van het SISO niet genoeg, zo vindt de ervaren Kolf. "Trainers moeten door blijven leren." Kolf doet een beroep op de Vereniging van Voetbal Oefenmeesters die trainers/coaches bij elkaar behoort te brengen zodat ze in een minicongres van elkaar kunnen leren. "Ik wil helpen bij de organisatie, maar kan het niet alleen. Daarvoor ben ik te druk bezig met de opleiding." De laatste keren dat deze vereniging trainers bij elkaar bracht was in de jaren tachtig, aldus Kolf. Ruim een half jaar geleden kwam er een nieuw bestuur, dat de vereniging volgens Kolf uit de winterslaap kan halen. Keeper Aloema heeft er, ondanks de geboden mogelijkheden, een hard hoofd in. "Ikzelf ben allang niet meer met profvoetbal bezig. Ik wil een financieel zekere toekomst voor mijn gezin en weet dat ik die, gezien mijn leeftijd, niet meer uit het voetbal kan halen. Of ik denk dat er een prof league komt? Ik hoor het al sinds ik negen ben. Sindsdien is er nauwelijks iets veranderd. Die komt er zeker niet in tien of zelfs twintig jaar."

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen