woensdag 25 mei 2011

Keeperstraining cruciaal voor behalen prestaties


Voetbalploegen kunnen niet meer om een keeperstrainer heen als zij willen presteren. Volgens Stephan Burke (foto), die al vijf jaren in het vak zit, wordt dit jammer genoeg nog niet echt ingezien door de clubeigenaren. Hij hoopt dat er in het belang van het Surinaams voetbal op kort termijn verandering komt in de zienswijze.

Burke vindt dat het de laatste twintig jaar bergafwaarts gaat met de Surinaamse doelmannen door een mentaliteitsprobleem en het feit dat vele clubs de noodzaak van een keeperstrainer nog niet inzien. De trainer is van mening dat de doelverdedigers van vroeger een betere mentaliteit hadden. "Die waren echte sportmannen.", zegt hij. Toch blijft hij optimistisch. "Het valt nog te redden. Als je een goede keeperstrainer hebt, moet je zijn expertise na drie maanden zien", stelt hij.

Om een goede wedstrijd te keepen, moet volgens Burke de voorbereiding erg goed zijn. “Dat geeft meer zelfvertrouwen in de wedstrijd. Ik weet niet wat er met de keepers van nu aan de hand is, maar je ziet dat ze een dag vóór de wedstrijd nog steeds fun maken. En dat wreekt zich in de wedstrijden.”

Hij wil niet stellen dat het gebrek aan discipline is. "Zij hebben die, maar het wordt misschien verkeerd vertaald naar de wedstrijd toe." Daarnaast constateert hij dat de keepers niet een al te hoog niveau halen. Bij het kijken naar de partijen concentreert hij zich meer op de handelingen van de sluitposten.

In de hoofdklasse vindt hij Obrendo Huiswoud van Voorwaarts een opkomende keeper, "maar als hij beter wil worden, zal hij meer als een sportman moeten gaan leven". Ondanks een terugval, vindt hij Transvaal-goalie Ronny Aloema ook een redelijke doelman. "Hij is alleen niet meer de Aloema die we kennen van de WK-kwalificatiewedstrijden", zegt hij treurend.

Verder vindt Burke dat Soeradjkoemar Somai en André Zebeda van Walking Boyz Company ook heel goed meekunnen. Hij vindt Somai momenteel de beste doelman. Volgens Burke krijgt hij tegenwoordig het gevoel alsof de hoofdklassekeepers aan het eind van hun latijn zijn. "Er is iets met ze aan de hand, maar ik kan het zelf niet verklaren. Misschien komt het door gebrek aan specifieke trainingen of misschien zijn zij ook verzadigd", denkt hij luidop. "Hun taxatiewerk, herstel en uithouding zijn erg zwak." Herstel is erg belangrijk, daarom irriteert het hem enorm als de keepers na vier weken weer dezelfde fout maken. "Dat komt omdat er door de speler zelf of de trainer niet specifiek is gewerkt aan de fout."

Vereiste
Tegenwoordig moet een keeperstrainer geen luxe meer zijn, vindt Burke. "Een keeperstrainer hoort bij een elftal te zijn, omdat de meeste veldtrainers niet in details kunnen treden bij de specifieke handeling van een doelman." De ploegen met een keeperstrainer herken je aan de handelingen van de doelman. "Je ziet het vooral aan de opbouw, die vaak resulteert in een doelpunt in hun voordeel. Ook krijgen zij meestal minder goals tegen."

Bij een doelman die niet specifiek wordt opgeleid, kan het systeem van opbouwen hem fataal worden. "Hij trapt bijvoorbeeld zomaar uit, terwijl hij ziet dat de diepte moeilijk bespeelbaar is." Soms kunnen veldtrainers de opbouw vanuit de keeper ook verkeerd beinvloeden. Dat komt volgens hem doordat er tegenwoordig veel theoretische trainers zijn. "Zij staan erop dat er van achteren uit opgebouwd moet worden, maar als de tegenpartij zich goed opstelt, kan dat soms niet. Het gaat dan gebrekkig en paniekerig daar achteren, wat tot een tegendoelpunt kan leiden. Daarom moet een doelman een goede trap hebben. Als het niet in de diepte lukt, moet hij dan de ruimte gaan zoeken."

Een keeper heeft volgens Burke twee opbouwmogelijkheden: passen of uitrollen naar zijn achterhoede of één of twee linies overslaan. Verder moet hij bij de opbouw precies weten als de hij de wind tegen de borst of in de rug heeft. "Als je tegenwind hebt, moet je dan dropkicks gebruiken. De opbouw moet zodanig zijn dat de bal het verdedigen van de tegenpartij niet veertig tot vijftig meter terug kan komen. Vooral voor Surinaamse ploegen, omdat zij meestal een organisatieprobleem hebben. In Suriname zijn er weinig doelmannen met een goede uittrap. Dat is een nadeel als er op counter gespeeld wil worden. Als hij een goede trap heeft, vraag je je dan weer af waarom hij a la dol de ballen in het centrum trapt."


Een nadeel voor Suriname is dat er weinig lange doelverdedigers zijn. Een ideale doelman moet tenminste 1,90 meter zijn, stelt Burke. Harold Blokland was volgens hem de laatste lange keeper. "Aloema (foto: tijdens een WK-kwalificatiewedstrijd) was iets korter, maar zijn motoriek en explosie waren goed."

Ondanks de blunders in de laatste internationale wedstrijden van Suriname, wil Burke niet stellen dat er geen goede keepers meer zijn. Bij de blunders rezen wel enkele vragen in hem op. "Hoe was het contact tussen de hoofdtrainers en de keeperstrainer, omdat de keeperstrainer aanbeveelt wie in het doel moet staan. Daarna komt de discussie waarom wel of niet. Hoe was het contact tussen doelman en trainer vóór die wedstrijd en tijdens de opwarming. Er zijn heel wat factoren die tot blunders kunnen leiden. Misschien wilde hij het te spectaculair doen of was hij te overmoedig geraakt. Maar een keeperstrainer moet vóór een wedstrijd al kunnen uitmaken hoe de doelman gaat keepen. Als je blundert en je ploeg komt achter te staan laat je het heel zaakje waarop de hele week is getraind vallen."

Burke heeft graag dat een doelman vroeger in de achterhoede heeft gespeeld. "Een goede doelman moet een goede balbehandeling hebben. Zijn motoriek moet goed zijn. Hij moet veel moed hebben, moet flexibel zijn en hij moet snelheid en wedstrijddiscipline hebben. Leeftijd telt niet echt mee. Als hij sportminded is en hij nog steeds wil, kan je hem gebruiken. Met een goede training kan hij het nog opbrengen."

Surinaamse keepers moeten twee keren per week specifieke trainingen krijgen, omdat er veel herhaald moet worden. "Een keeper is het fundament van een team. Zijn verantwoordelijkheid is bepalend voor het team. Hij moet daarom goed kunnen coachen. Het moet niet te agressief, omdat het verkeerd kan uitpakken. Het is volgens onderzoek bewezen dat verdedigers met doelmannen die te agressief coachen vaak blunderen."

Stephan Burke
Na zijn korte voetbalcarrière bij Voorwaarts, begon Burke zijn keeperstrainerscarrière bij Road, dat toen nog in de hoofdklasse van de Surinaamse Voetbalbond (SVB) voetbalde. In 2007 volgde hij met succes zijn opleiding bij de Stichting Instituut Sportopleidingen (Siso). Sindsdien heeft hij bij verschillende nationale selecties en Surinaamse clubs de keepers onder zijn hoede.

Hij volgde clinics in Nederland toen hij er met de nationale selectie was. Verder kreeg hij veel materiaal van de toenmalige bondscoach Kenneth Jaliens. Recentelijk volgde hij ook clinics bij Excelsior en Remo uit Brazilië.

Burke vindt dat keeperstrainers na hun opleiding in zichzelf moeten blijven investeren. "Het diploma betekent nog niets, de verdere studie is belangrijk. Als je je wil gaan onderscheiden, ga je in jezelf moeten investeren", adviseert hij zijn collega's.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen